Bloedonderzoek tijdens de zwangerschap

Designed by Freepik

Tijdens je eerste prenatale bezoek vertelt je vroedvrouw of gynaecoloog over een bloedonderzoek. Dit bloedonderzoek gebeurt alleen met jouw toestemming. Een laboratorium onderzoekt je bloed op:

  • Wat is je bloedgroep: A, B, AB of O?
  • Ben je Rhesus D-negatief of Rhesus C-negatief?
  • Bevat je bloed antistoffen tegen bloedgroepen die je zelf niet hebt?
  • Ben je besmet met een van de infectieziekten syfilis (lues), hepatitis B, toxoplasmose, Cytomegalie virus (=CMV) of hiv?

Als het bloedonderzoek uitwijst dat je baby kans heeft om ziek te worden, is het vaak mogelijk om jou al tijdens de zwangerschap te behandelen en zo je baby te beschermen. Daarom krijg je het bloedonderzoek vroeg in de zwangerschap aangeboden, zodat een behandeling snel kan worden gestart.

Vaak bepaalt het laboratorium ook de glucosewaarde van je bloed. Daarnaast wordt het hemoglobinegehalte (Hb) van je bloed onderzocht. Als het hemoglobinegehalte te laag is, heb je bloedarmoede. Dat is meestal goed te behandelen en niet schadelijk voor je kind. Tijdens de zwangerschap en de bevalling kunnen er rode bloedcellen van je kind in je eigen bloed terechtkomen.

Als je kind een andere bloedgroep heeft dan jij, kan je lichaam antistoffen maken tegen het bloed van je kind. Het laboratorium onderzoekt of je zulke antistoffen hebt. Dat is belangrijk om te weten, omdat sommige antistoffen tijdens de zwangerschap het bloed van je kind kunnen afbreken. Je kind krijgt dan bloedarmoede. Bij een volgende zwangerschap kunnen deze antistoffen weer opspelen. Als er antistoffen worden gevonden, is soms verder onderzoek nodig. Je vroedvrouw of gynaecoloog zal je daarover meer vertellen.

It's only fair to share...Share on FacebookPin on PinterestEmail this to someonePrint this page