Opvolging doorheen je zwangerschap

Designed by Freepik

Je eerste prenatale controle bestond wellicht uit heel wat vragen en uitleg terwijl je nog niet eens kon zien dat je al zwanger was. Gaandeweg zal dat veranderen. Elk stadium van de zwangerschap verandert de manier van opvolging een beetje, maar veel raadplegingen zullen ongeveer gelijkaardig verlopen.

Hoe vaak moet je op controle?

Je vroedvrouw of gynaecoloog controleert regelmatig het verloop van je zwangerschap. In de eerste helft van de zwangerschap heb je (waarschijnlijk) elke 4 weken een controle. Dit loopt op tot wekelijkse controles aan het einde van je zwangerschap. Afhankelijk van je persoonlijke situatie zijn minder of meer controles mogelijk.

Wat komt er tijdens deze controlebezoeken aan bod?

Om te beginnen heb je een gesprek. Je vroedvrouw of gynaecoloog vraagt hoe je je voelt en hoe je de zwangerschap beleeft. Uiteraard kun je zelf ook vragen stellen. Aan het eind van de zwangerschap bespreek je de bevalling en de wensen en verwachtingen die je hierover hebt.

Bij elk prenataal bezoek onderzoekt je vroedvrouw of gynaecoloog:

  • of je kindje voldoende groeit: de vroedvrouw of gynaecoloog controleert de groei van de baarmoeder via palpatie van je buik.
  • of het hartje van je kindje goed klopt: vanaf de derde maand luistert je vroedvrouw of gynaecoloog ook naar de hartslag van je kind.
  • in welke positie je kindje in de baarmoeder ligt:
    • in de laatste maanden van de zwangerschap beoordeelt de vroedvrouw of gynaecoloog de ligging van je kind
    • in de laatste weken wordt gecontroleerd of de baby goed indaalt in het bekken
  • hoe hoog je bloeddruk is:
    • Een lage bloeddruk tijdens de zwangerschap kan geen kwaad, maar geeft soms klachten. Je kunt bijvoorbeeld duizelig worden als je opstaat.
    • Een te hoge bloeddruk merk je meestal zelf niet, maar maakt extra zorg voor jou en je kind noodzakelijk.
It's only fair to share...Share on FacebookPin on PinterestEmail this to someonePrint this page